Onverschillig betrokken met Aphex Twin

Sfeerimpressie

Ik heb niet de hele Aphex Twin set gezien op BKS 2023. Aan het begin van de set was ik bij een van de kleinere podia te vinden bij de DJ-set van een goede vriendin van iemand uit mijn gezelschap. En hoewel ik het daar erg naar mijn zin had, begon de nieuwsgierigheid naar deze grote headliner toch te jeuken. Hoe zouden deze experimentele technobeats zich vertalen naar een grote liveshow? In de aanloop naar het optreden had ik al tegenstrijdige verhalen gehoord. Volgens sommigen is het een weergaloze “once-in-a-lifetime experience” (haast letterlijk, aangezien optredens zeldzaam zijn), terwijl het volgens anderen totaal niet vertaalt naar het grote podium. Ik ging op onderzoek uit. 

Omstreeks 22:10 verliet ik de catchy Jungle Techno van de Wellness (dankjewel Tezra!) richting het strand van de main act. De speelse basdreunen achter mij verstomden en werden ingeruild voor een dreunend, machinaal kabaal. Op het podium was geen levende ziel te bekennen. In plaats daarvan zweefde er te midden een gigantische kubus met flitsende, enigmatische patronen. Twee dagen geleden werd ik aan het einde van de stage van mijn sokken geblazen door de big beat van de Chemical Brothers, maar in vergelijking daarmee was Aphex Twin, ondanks de confronterende presentatie, relatief afgestompt. Aldus vormde mijn besluit om mij zo ver mogelijk naar voren te dringen. 

Dat was niet moeilijk. Men hoefde maar het gemaakte pad te volgen. Een product van de stoet bedrukte veertigers die met bier in hand de menigte verlieten om aan de kankerherrie te ontsnappen. En terwijl ik mezelf naar voren verkeerde, dreunde de muziek alsmaar door. Zonder onderbrekingen blijft Aphex Twin maar glitchen en flitsen, als een assemblagelijn van een fabriek of een webpagina gecorrumpeerd door pop-up advertenties. Mijn pas staakte eindelijk halverwege de binnenste cirkel van de stage, waar ik stuit op de muur van superfans die gedrogeerd en gebiologeerd de beats van hun held opslurpen. Sommigen dansen, anderen houden elkaar vast, maar de meesten staan gehypnotiseerd te staren. Onder de flitsende kubus is de man zelf -Richard David James- slechts als silhouet waarneembaar.
Ik staar de kubus in. Nog geen tien minuten geleden stond ik met een fervent tempo te dansen, nu sta ik in trance aan de grond genageld. De onophoudelijke patronen geven de indruk iets te willen communiceren, maar uit de muziek is geen gevoel (en soms zelfs geen ritme) te onderscheiden. En het zet genadeloos door. Van pauzes of charmante interacties van de artiest is geen sprake. Er is geen moment waarop we allemaal de aansteker in de lucht moeten houden. Aphex Twin biedt geen houvast in hoe je er op moet reageren. Het is ergens wel dansbaar, ik heb immers zat voorbeelden van toeschouwers gezien die er wel iets van wisten te maken, maar het is zeker niet gemaakt met dat doel voor ogen. Het bouwt tevens niet op richting emotioneel ontladende drops of meeslepende melodieën. Zelfs het meest emotioneel resonante nummer van de artiest –Avril 14th-  klinkt meer als de mechanische afwikkeling van een muziekdoos dan de gevoelige performance van een pianist. 

Het voelde vaak meer alsof ik bij een moderne kunstexpositie stond in plaats van een festival-optreden. En dat niet alleen omdat de respons op het optreden mij eraan deed denken: De critici zijn lovend maar het publiek vervreemd. Deze verdeeldheid heeft mij altijd geboeid. Staan we hier te kijken naar een cultureel hoogstandje die slechts enkele verlichte zielen zullen begrijpen, of staren we naar de keizer in zijn blote pikkie? Sta mij toe om in dit gesprek mijn eigen duit in het zakje te doen.

Muziekfabriek

Wij hebben altijd muziek gemaakt. In dit woord ‘maken’ onthult muziek zichzelf als een arbeid, en als arbeid is het gebonden aan ons lichaam. Zo kunnen we maar zoveel zingen als onze longen het toelaten. Onze instrumenten zijn ter handen gemaakt van de middelen om ons heen: klei, hout, dierenvellen etc. We houden van muziek waar we deze lichamelijkheid en menselijkheid in terughoren. Er is iets verbindend aan om het zweet te zien parelen op het voorhoofd van een zanger. Om pijn, liefde en uitputting in iemands stem te horen. 

En met onze ontwikkeling, ontwikkelde ook de muziek. Heden ten dage hebben we ook de uitvindingen van industrie, elektriciteit en digitaliteit omgezet tot muziek. Dit maakt producties mogelijk die een eeuw geleden nog onvoorstelbaar waren. We hebben apparaten die muziek voor ons afspelen, boxen die met kanonslagen ritmes stoten die je in je borstkas kan voelen. En dat allemaal gepaard met spektakels aan lasers en licht. Een grootschalig festival als BKS is wat dat betreft historisch ongekend. 

Deze shows zijn ons bijna te veel. Dat blijkt al uit het feit dat het dragen van oordoppen de standaard is geworden. Muziek zoals we die nu maken is niet langer gebonden aan de beperkingen van ons lichaam. Beats kunnen in principe voor eeuwig doorgaan. Stemgeluid kunnen we kunstmatig versterken en computers kunnen tegenwoordig bijna ieder voorstelbaar geluid genereren. De muziekfabriek kan blijven spelen:Harder, Better, Faster, Stronger. Het naargeestige aan onze (post-)industriële maatschappij is dat onze menselijke creaties iets onmenselijks zijn geworden. Noem het mechanisch, machinaal, industrieel of robotisch, de stampende beats hebben niets weg van de cadans van onze hartslag. 

Het instinct van de meeste artiesten is om het menselijke terug te injecteren in deze synthetische en elektronische creaties. Röyksopp -de act die op Aphex Twin volgde- doet dit door hun elektronische beats te begeleiden met een extravagante dansact waar vier dansers stralend van geluk een narratief uitbeelden. We lassen pauzes in om uit te rusten. We dragen het publiek op om elkaar te knuffelen of om mee te klappen. We gebruiken samples van muziek uit meer simpele tijden. 

En of je er nu bij was, of dit optreden afleidt uit mijn beschrijving, het moge duidelijk zijn dat Aphex Twin deze injectie van menselijkheid vermijdt. In plaats daarvan leunt hij op dit onmenselijke aspect: de uitvinding waarover wij de controle zijn verloren. De flitsende kubus heeft schijt aan jouw verlangens en jouw lichaam. De act toont de kilheid en onverschilligheid van de machinale muziek die we aan onze vingertoppen hebben. Een creatie die aan onszelf is overstegen. Soms geeft het de indruk van de monolith uit 2001 A Space Odyssey, een buitenaardse superintelligentie die met onvatbare kennis je brein bestraalt. En soms geeft het de indruk van een op hol geslagen machine, een apparaat dat agressief blijft produceren terwijl zijn makers machteloos toekijken. 

In dat licht is het Aphex Twin optreden inderdaad meer een abstract kunstwerk dan een show. Het is een reflectie op de vervreemding die gepaard gaat met de moderne capaciteiten van onze muziekproductie. 

Richard David James

Maar er zit ook een keerzijde aan deze munt. Want deze muziek is niet werkelijk onmenselijk en onverschillig. Uiteindelijk is het zo gemaakt door iemand met een bepaalde intentie. Aphex Twin lijkt machinaal en onmenselijk, maar het is uit menselijke bedoelingen gecreëerd. Ik meen ook niet deze bedoelingen met mijn bovenstaande analyse te hebben achterhaald. Van wat ik weet van Richard David James is hij een opzettelijk mysterieus figuur, iemand die het waarschijnlijk niet ziet zitten dat ‘de ware betekenis’ van zijn werk wordt gevat in een pretentieus essay (slik). 

Want onverschilligheid zelf is misschien ook een expressie. Onverschilligheid is niet het tegenovergestelde van wat we menselijk noemen. De fans van Aphex Twin steken af tegen het gros van het festival-volk. Op de zondag zag ik ze al rondsjokken: Dikwijls dragen ze eenvoudige, gekreukelde shirts van hun icoon met badslippers en cargo-shorts om het plaatje af te maken. Vergelijk dat met de uitbundige, met zorg uitgezochte outfits van de sociale vlinders die op het terrein ronddartelen. Want op een festival zijn, bestaat niet alleen uit het bekijken van optredens. Het bestaat ook uit dansen, feesten, flirten en spontane ontmoetingen.

Ergens ben ik daar zelf ook niet voor gemaakt. Mijn hoofd is soms als Hedphelym, zelf een neurotische fabriek van een constante gedachtestroom. In het moment opgaan is altijd een grote opgave geweest. Ik ben vrijwel altijd aan het nadenken en analyseren wat er om mij heen gebeurt. Aan vanzelfsprekendheid kan ik mij niet overgeven, alles wat plaatsvindt moet grondig gescand worden. Sta ik even te dansen, dan word ik al gauw een toeschouwer op mezelf, ik zie mezelf gaan in de verte en de gedachten beginnen weer. Ik moet mezelf actief herpakken om me over te geven aan wat ik voel, zie, hoor en beleef; zonder dat ik het moet begrijpen. Ik bedoel dit noch als zelfverheerlijking, noch als depreciatie. Ik zal er ongetwijfeld ook geen unicum in zijn. Het is een feit, iets wat me bepaalde voordelen geeft maar mij ook soms belemmert. Voor mijzelf is het een opgave geweest om buiten mijn comfort zone te stappen en mijn gedachten te leren loslaten. 

Wat ik ermee wil zeggen is het volgende. De beschreven onverschilligheid van Aphex Twin spreekt mij ergens zwaar aan. Niet alleen in de toon van de muziek, maar ook in de houding naar de wensen van het publiek. Een festival -een gelegenheid waar men eigenlijk continu ‘aan’ staat- kan soms wel een mate van schijt gebruiken. Als dit de invulling is van onze kostbare vrije tijd, dan is het goed om af en toe een act te hebben wat zelf- en sociaal bewustzijn ondermijnt. Zeker als dit begint om te slaan in een uitputtende drang om overal bij te willen zijn, in een spel van ‘zien-en-gezien-worden’ of, simpelweg, dat dit peperdure uitje gaat voelen als werk. 

Want aan al deze dingen dacht ik niet toen ik daar geabsorbeerd stond te viben met die kubus. Daar even, een minuut lang, dacht ik helemaal niets.

Plaats een reactie